Joke & Nico in Griekenland

Thursday, March 02, 2006

Van Locarno naar Ancona

's morgens vroeg in Lorcarno ontwaken, de bergen die je omhelzen, de zon die schuchter warmte straalt. Het is een steeds weer opnieuw een ervaring. Dit moment van intens genieten wordt verstoord door een horde van skaters, het zijn er wel duizend die blijkbaar een parcours aan het afwerken zijn. Hoe geraken we hier weg? No worries mate. We ontbijten (jawel terug die heerlijke vers gebakken baguette en lekker ruike koffie) en maken ons klaar voor de volgende rit. Voor, achter en naast ons begeleider skaters ons tot aan het volgende rondpunt, dan duiken wij de tunnel in en leggen zij hun parcours verder af. Gisteren was er op de autostrade voorbij Locarno een immense file. We konden de auto's gadeslaan toen ze de vallei uitreden. Maar vandaag zo te zien geen file. Tot we aan de grens komen. Plots duikt daar een immrnse file op en het is echt stilstaand verkeer. Na een uur voetje voor voetje aanschuiven zijn we amper 1 km verder. We kiezen voor het risico en nemen de afslag naar Como. Met de kaart in de hand begeleid ik Nico naar de grensovergang in Como. De douanier bekijkt ons wat raar aan. Wat doen die hier? Die horen in de file te staan en mijn collega's werk te bezorgen, niet mij. We moeten naar de zijkant. Anything to declare? Pasports? OK you can go. Enkele minuten later staan we in Como en nog enkele minuten - nadat Nico zijn hart een slag heeft overgeslaan omdat de haarspeldbocht toch wel op een zeer onvoorspelbare plaats lag - staan we bovenaan Como en kijken we neer op het meer. Een fenomenaal zicht. We beloven om hier terugkomen. Een tiental minuutjes en een prachtige ervaring later zitten we terug op de autostrade. Net op dat moment passeren de auto's die in de file stonden. Niet sneller maar wel veel mooier, daar zijn we zeker van. Naarmate we Milaan naderen neemt de drukte en de zwarte wolken toe. Het lijkt wel alsof de regenwolken ons achtervolgen. Voorbij Milaan verlaten we de autostrade en nemen we de route national. In de gutsende regen en wat gevloek en geketter later omdat we steeds achter een camion rijden, komen we in Reggio Nell ‘Emelia. Dit is een mooi stadje, roep ik. Hier wil ik best eventjes wandelen en ontspannen? We rijden de stad terug uit en vinden een rustige afgelegen parking. Ideaal! Nico parkeert onze mobiel. De regen stopt en ongelooflijk de zon begint de schijnen. We hebben meer dan 4 uur in de regen gereden, er leek geen eind aan te komen. Als dat niet heerlijk is! Stoeltjes buiten en broodjes beleggen: heerlijk om buiten in de zon te kunnen eten. Nico haalt de fietsen van de mobiel en hops we zijn weg. Het is duidelijk nog middagpauze want alles is leeg en verlaten. Ideaal voor ons om het stadje met de fiets te verkennen. En het is inderdaad een bijzonder charmant stadje. Prachtige gebouwen, leuke straatjes en leuke terrasjes. Als de zon ons zo verwent, ja dan moeten we er van genieten, dus nemen we plaats op een terras. Naast ons komen aussies zitten (ik maak gewoon mijzelf wijs dat het aussies zijn omdat ze zo vriendelijk waren). Ik zie dat zij een kaart van de stad hebben. Ik vraag of ik eventjes mag kijken zo dat ik mij kan oriënteren. Oh but you can have it. We will get another one from the hotel. You're sure? No worries mate! Zie je wel dat het aussies zijn! We beslissen om het stadje verder met de fiets te verkennen. Rond 18u beslissen we om de supermarkt binnen te gaan. Ooh zoveel lekkers: kasen, salamies, olijven, meloenen. Ik wil het allemaal kopen. Gelukkig roep Nico mij een halt toe want we moeten wel nog een paar kilometers fietsen met alle aankopen. Good point! We fietsen terug naar onze stek en maken ons klaar voor een heerlijke avond met heerlijke aperitiefhapjes.
Ondertussen lezen we wat in een roman. 's Avonds passeert een oudere bewoner met zijn hond. Hij begint spontaan tegen ons te praten. In het italiaans wel te verstaan. Hij ratelt er maar op los en gezien mijn italiaans beperkt is tot Si, kan ik niet anders doen dan af en toe zijn laatste woorden te herhalen. Hij heeft ook een mobilhome maar deze staat bij de campervereniging op stal. Vroeger was het de bedoeling geweest om de parking waar wij bij goed geluk op beland zijn uit te baten voor campers. Er was zelfs een gratis shuttle service. Maar al vlug bleek dat er te weinig mensen gebruik van maakten en dus stierf deze parking een stille nood. Hij wenst ons nog een leuke vakantie toe. Volgens onze beperkte kennis van italiaans toch nog aardig veel begrepen, nietwaar? Dat denken we dan toch. Wie weet wat hij ons heeft wijsgemaakt?
De volgende dag vertrekken we vroeg. Ik heb in onze campergids gelezen dat er niet zo ver een serviceplaats is. Tijd om alles te lozen. Eerst rijden we er voorbij, dus terugkeren. De wegwijzers leiden ons door het niemandsland van Italië. Waar zijn we terecht gekomen? In the middle of nowhere komen we aan iets die lijkt op een camping, maar het kan geen camping zijn want alles staat zo dicht bij elkaar en lijkt niet bewoond te zijn? Het blijkt de campervereniging te zijn waarvan onze italiaan sprak. Italianen kamperen graag, maar de meesten wonen in een stad en hebben dus geen bergplaats voor hun caravan. Als ze lid zijn van een camperverenging kunnen ze gebruik maken van deze bergplaats. Achteraan bevindt zich de lozingsplaats. We lozen en rijden terug verder. Algauw zijn we het beu om langs de route nationals te rijden. Het steeds aanpassen van de maximumsnelheid werkt Nico op de zenuwen. We kiezen voor de betaalautostrade. In een mumu van tijd zijn we aan de kust. We kiezen voor het stadje Montemarciano. Er is een camperplaats direct aan het strand, ernaast ligt wel de drukke spoorweg. maar de zon straalt en het is heet. We parkeren ons. Ik zet alles open want de temperatuur in ons mobieltje loopt op. Nico draait de luifel uit. Stoeltjes, tafel, zwembroek aan en de zee in. Net op dat moment wordt de hemel inktzwart. In nog geen 15 minuten is het strand leeg en gutst de regen met bakken naar beneden. Mijn humeur daalt met de minuut. Dit is echt niet fijn. De blaasjes staan op de weg, er lijkt geen einde te komen aan de regen. Na meer dan 2 uur gieten, lijkt de regen te verminderen. We besluiten om nog een wandeling te maken. Maar elke kuststad in de regen ligt er hopeloos troosteloos bij. De strandzeteltjes staan kletsnat te wachten, de mensen die de cabines verhuren kijken even troosteloos naar buiten. Daar gaat hun recette van de dag. Wanneer we tegen 17u terug aan onze mobiel staan, is er een zonnebaadster die zich toch wel heel optimistisch terug naar het strand begeeft. Ze begint zich zelf in te wrijven. Ik kijk onnozel naar het schouwspel: er is gewoon geen zon? Waarom wrijft ze zich in? Na 30 minuten staat ze nog steeds zichzelf en dan vooral haar borsten in te wrijven. Een man met een bierbuik waar hij bijna niet kan overkijken staat met een meer dan normale interesse dit alles te aanschouwen. Hoe meer hij kijkt, hoe meer zij wrijft. Ja , moet kunnen. Langzamerhand scheuren de wolken open, en doet de zon schuchtere pogingen om er door te breken. 's Avonds maak ik een stoofpannetje klaar die zo lekker is - al zeg ik het zelf - dat het mijn humeur meteen weer helemaal in vakantiestemming is. Hoe doe je dat? Je neemt een zakje penne carbonara (je weet wel zo'n zakje waarbij je enkel water moet toevoegen en koken). Ondertussen bak je schijfjes aubergines in olie en maak je bolognaise saus. Dan leg je een laagje gebakken aubergines, laagje bolnaisesaus, laagje penne carbonara, enzovoort! Je opent een fles Chianti en dekt de tafel met een rood tafelkleedje en zet er een kaars op. Wat meer heeft een mens nodig!
Morgen gaan we de boot op. Zal het echt zo hectisch zijn?

0 Comments:

Post a Comment

<< Home